Artrose
Artrose en oefentherapie: waarom bewegen helpt
We leggen uit hoe oefentherapie u kan helpen.
"Moet ik dan bewegen met artrose?" Die vraag horen we meerdere keren per week in onze praktijk in Zeist. En eerlijk: het klinkt tegenstrijdig. Uw knie doet pijn, uw heup is stijf, en dan zegt iemand dat u moet gaan bewegen. Dat voelt als iemand die zegt dat u moet hardlopen op een verstuikte enkel.
Toch is oefentherapie een van de best onderzochte behandelingen voor artrose. Niet als vervanging van medicatie of een eventuele operatie, maar als eerste stap in de fysiotherapeutische behandeling. En vaak als de stap die het meeste verschil maakt.
Wat oefentherapie doet bij artrose
Even een stukje achtergrond. Bij artrose slijt het kraakbeen in uw gewricht. Dat kraakbeen komt niet terug — dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat kraakbeen maar een deel van het verhaal is.
De spieren rondom uw gewricht bepalen voor een groot deel hoeveel belasting er op dat gewricht komt. Als uw bovenbenen sterker zijn, wordt de kracht beter over uw knie verdeeld. Hetzelfde geldt voor uw bilspieren en uw heup. Oefentherapie richt zich daarop: de spieren sterker maken zodat het gewricht minder zwaar belast wordt.
Daarnaast heeft bewegen een ontstekingsremmend effect. Dat klinkt misschien vreemd — u zou denken dat belasting juist ontsteking veroorzaakt. Maar matige, regelmatige beweging verlaagt de ontstekingswaarden in uw gewricht. Het is juist langdurige inactiviteit die de boel stijver en gevoeliger maakt.
Wat zegt recent onderzoek?
Er is de afgelopen jaren veel gepubliceerd over artrose en bewegen. Een paar dingen die opvallen:
In oktober 2025 verscheen er een studie in de New England Journal of Medicine die keek naar fysiotherapie bij kniepijn. De conclusie was nuchter: fysiotherapie geeft een bescheiden maar merkbare verbetering. Geen wondermiddel, wel zinvol.
In februari 2026 kwam er een grote overzichtsstudie in het British Medical Journal die de effectiviteit van oefentherapie bij artrose in twijfel trok. Die studie haalde de vakpers en zorgde voor onrust. Maar als u het onderzoek goed leest, gaat de kritiek vooral over de kwaliteit van eerdere studies, niet over de vraag of bewegen zinloos is. De onderzoekers zeggen zelf dat ze niet adviseren om te stoppen met oefenen.
Ondertussen zijn er in 2025 nieuwe behandelrichtlijnen verschenen voor heupartrose, met concrete aanbevelingen voor progressieve krachttraining en oefenen in water. De dosering is daarbij preciezer geworden: niet zomaar "een beetje bewegen", maar gerichte oefeningen met opbouw in belasting.
Wat werkt wel, en wat niet?
Niet alle oefeningen zijn gelijk. Een rondje wandelen is goed voor uw algehele gezondheid, maar het is geen gerichte oefentherapie. Wat wél werkt volgens de huidige richtlijnen:
- Progressieve krachttraining. Oefeningen die geleidelijk zwaarder worden — niet elke week hetzelfde rondje met dezelfde elastieken. Uw spieren passen zich aan, en dan moet de belasting omhoog om vooruit te blijven gaan.
- Oefenen in water. Hydrotherapie is bijzonder geschikt voor mensen die op het droge te veel pijn ervaren. Het water draagt een deel van uw lichaamsgewicht, waardoor u oefeningen kunt doen die anders te pijnlijk zouden zijn.
- Functionele oefeningen. Oefeningen die lijken op bewegingen uit uw dagelijks leven: opstaan vanuit een stoel, traplopen, bukken. Het doel is niet om een sporter van u te maken, maar om uw dagelijkse bezigheden weer makkelijker te laten verlopen.
Wat minder goed werkt: alleen passieve behandelingen zoals massage of warmtepakkingen. Die kunnen fijn zijn voor tijdelijke verlichting, maar zonder actieve oefeningen verandert er structureel weinig.
De drempel om te beginnen
De meeste mensen met artrose weten best dat bewegen goed voor ze is. Het probleem zit hem in de drempel. U heeft pijn, u bent bang dat u het erger maakt, en u weet niet precies wat u moet doen.
Dat is precies waar fysiotherapie voor bedoeld is. Een fysiotherapeut kan inschatten hoeveel uw gewricht aankan, stelt een oefenprogramma samen dat past bij uw situatie, en stuurt bij als het nodig is. Dat is iets anders dan een lijstje oefeningen van internet.
Bij ons in de praktijk gebruiken we echografie (MSU) om het gewricht te beoordelen. Dat geeft een veel preciezer beeld dan alleen het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek. We zien of er vocht in het gewricht zit, hoe het kraakbeen eruitziet, en of er andere structuren betrokken zijn. Op basis daarvan maken we een plan dat aansluit bij wat er daadwerkelijk aan de hand is.
De verzekeraar betaalt (deels) mee
Iets wat veel mensen niet weten: sinds 2026 vergoedt zorgverzekeraar VGZ fysiotherapie bij artrose zonder eigen risico. Dat is een flinke verandering. Voorheen moest u eerst uw eigen risico "volmaken" voordat de vergoeding inging, waardoor veel mensen afhaakten. Die drempel is nu voor VGZ-verzekerden weggevallen.
Voor andere verzekeraars verschilt het per polis. In de meeste aanvullende pakketten zit een vergoeding voor fysiotherapie bij chronische aandoeningen zoals artrose. Het is de moeite waard om even uw polis te checken of ons te bellen. We helpen u graag uitzoeken wat u vergoed krijgt.
Hoe lang duurt het voordat u iets merkt?
Dit is de vraag die iedereen stelt, en het eerlijke antwoord is: dat verschilt. Sommige mensen merken na drie tot vier weken al dat ze makkelijker uit hun stoel komen. Bij anderen duurt het zes tot acht weken voordat de pijn merkbaar afneemt.
Wat we wél weten uit onderzoek: de beste resultaten komen bij mensen die minimaal acht tot twaalf weken consequent oefenen. Dat hoeft niet elke dag uren in de sportschool te zijn. Twee tot drie keer per week gerichte oefeningen van twintig tot dertig minuten is een goed begin. Onze FysioFitness is daar bijvoorbeeld heel geschikt voor: begeleid trainen met apparatuur, afgestemd op uw klachten.
Het lastige is dat u in het begin soms meer pijn ervaart. U belast spieren die lang niet belast zijn. Dat hoort erbij, zolang de pijn na de oefening weer afzakt. Een fysiotherapeut kan u helpen onderscheid te maken tussen "goede pijn" (spierpijn door inspanning) en "slechte pijn" (signalen dat u te ver gaat).
De getallen waar niemand over praat
Het NZa (de Nederlandse Zorgautoriteit) voorspelt dat het aantal mensen met artrose in Nederland de komende jaren fors toeneemt. Richting 2050 gaat het naar zo'n drie miljoen Nederlanders — een verdubbeling ten opzichte van nu.
Die toename heeft te maken met vergrijzing, maar ook met overgewicht en minder bewegen. Artrose is geen pure ouderdomskwaal. We zien in onze praktijk ook veertigers en vijftigers met artroseklachten, vaak na een sportblessure van jaren geleden of door langdurig zwaar werk. Voor ouderen speelt het extra: wie minder beweegt door artrose, verliest spierkracht en balans, en dat vergroot het valrisico. Daar hebben we een apart programma voor: valpreventie.
Stepped care: de Nederlandse aanpak
In Nederland werken we volgens het stepped care-model. Dat betekent dat u begint met de minst ingrijpende behandeling en pas opschaalt als dat nodig is. Bij artrose ziet die opbouw er zo uit:
U begint met voorlichting en leefstijladvies: begrijpen wat artrose is, welke aanpassingen u kunt doen, waarom bewegen helpt. Daarna komt oefentherapie onder begeleiding van een fysiotherapeut, afgestemd op uw gewricht en uw doelen. Pas als dat onvoldoende helpt, komen medicatie (in overleg met uw huisarts) en uiteindelijk een operatie in beeld.
In de praktijk blijven de meeste mensen bij die eerste twee stappen. Dat zegt iets: u heeft zelf behoorlijk wat invloed op hoe uw artrose zich ontwikkelt.
Meestal geen verwijzing nodig
Nog iets waar veel mensen niet van op de hoogte zijn: in de meeste gevallen heeft u geen verwijzing van de huisarts nodig om naar de fysiotherapeut te gaan. U kunt rechtstreeks een afspraak maken — dat scheelt een extra stap en wachttijd. Bij bepaalde chronische aandoeningen kan een verwijzing nodig zijn voor volledige vergoeding; kijk hier voor meer uitleg.
Bij ons kunt u doorgaans binnen drie werkdagen terecht. Bel 030-7210771 of stuur een WhatsApp. Marc de Jong doet onder andere de echografie en begeleidt het oefenprogramma. We kijken eerst goed naar wat er aan de hand is voordat we een plan maken.
Wacht niet te lang
Het klinkt misschien gek uit de mond van een fysiotherapeut, maar: we zien liever dat u te vroeg komt dan te laat. Hoe eerder u begint met oefentherapie, hoe meer u eraan heeft. Wachten tot u nauwelijks meer de trap op komt, maakt het traject langer en zwaarder.
Artrose gaat niet over. Maar u kunt er wel mee leren omgaan, op een manier die u niet beperkt in uw dagelijks leven. En dat begint met bewegen.
Benieuwd wat voeding kan doen bij artrose? Lees ook ons artikel over de relatie tussen artrose en voeding.